limerick-groninger

Een blog over Ierland.


1 reactie

Reizen in Ierland: het zuidwesten.

Het zuidwesten van Ierland beslaat voornamelijk de schiereilanden van West-Cork en het graafschap Kerry en maakt deel uit van de Wild Atlantic Way, een door de toeristenindustrie gepromote route die bij Kinsale (zie Reizen in Ierland: het zuiden) in het zuiden begint en het hele westen en noordwesten van Ierland bestrijkt. Meer naar het binnenland ligt het stadje Killarney dat bekend is vanwege het National Park met een merengebied en de Macgillycuddy bergketen met de hoogste bergpieken van Ierland:  Carrauntoohil 1,0038 meter hoog, Beenkeragh 1,010 meter, Caher 1,001 meter, Cnoc na Péiste 988 meter. Ladies view is een zeer bekend uitkijkpunt over de meren en de Gap of Dunloe is een mooie bergkloof die je wandelend, fietsend per paard of  in een paardenkoets kunt verkennen. Van de schiereilanden (peninsulas) zijn Mizen Head, The Beara Peninsula, The ring of Kerry en Dingle allemaal de moeite waard.

Mizen Head heeft een uitgezet wandelpad met een loopbrug naar een rots met een oude sein – en weerpost die te bezoeken is. Het klippenpanorama is adembenemend.

Wanneer je het echt rustig wilt hebben dan kun je het Sheep’s Head schiereiland bezoeken. Het ligt tussen Mizen Head en Beara in en is het minst toeristisch. Een gedeelte is met de auto of op de fiets toegankelijk maar er zijn ook een aantal wandelroutes uitgezet met mooie uitzichten over de baaien en met klippenpanorama’s.

Het Beara schiereiland is minder toeristisch dan de Ring of Kerry en heeft een geheel eigen charme. Op de punt van Beara vind je de enige Ierse kabelbaan naar Dursey Island. Op Beara kun je bij het plaatsje Allihies nog oude kopermijnen zien. Eyries is ook een leuk, kleurrijk plaatsje. Beara heeft een mooie bergpas, de Healy Pass, die goed te berijden is alhoewel de weg erg smal is. Een gedeelte van het schiereiland ligt in County Cork en het andere gedeelte in County Kerry. http://www.bearatourism.com/index.html

De Ring of Kerry rond het Iveragh schiereiland is erg geliefd bij toeristen vanwege de mooie uitzichten. De meeste toeristen rijden de geijkte route maar wanneer je met de auto, motor of fiets reist, (wandelen kan natuurlijk ook) kun je er ook voor kiezen om de binnenwegen van het Iveragh schiereiland te verkennen en bijvoorbeeld vanaf Killarney binnendoor steken. Je rijdt dan door een mooi berggebied en komt ook een aantal meren tegen. In de zomer kun je met een veerpont naar Valentia Island maar je kunt ook het hele jaar door vanaf Portmagee de brug nemen. Op Valentia vind je pootafdrukken van een dinosaurus. Vanaf Portmagee kun je via een bergpas of een weg door het veen naar de Skellig Ring toe. Deze kustweg dankt de naam aan schitterende uitzichten op de Skellig eilanden, bekend uit de meer recente Star Wars films. Op het Iveragh schiereiland bevindt zich ook een zogenaamd Dark Sky Reserve. In deze gebieden is de verlichting zodanig aangepast dat er ’s nachts geen lichtvervuiling is en je ’s nachts bij heldere hemel op een schitterende sterrenhemel wordt getrakteerd.

Dingle is de naam voor een schiereiland en een stadje op dat schiereiland. Het schiereiland Dingle is een zogenaamde Gaeltacht, een gebied waar Iers nog de voertaal is en de wegbewijzering ook alleen in het Iers is, hetgeen bij toeristen soms tot verwarring kan leiden. Dingle heeft de hoogste berg buiten de Macgillycuddy’s keten en dat is Mount Brandon die 952 meter hoog is. Wanneer je het Dingle schiereiland oprijdt kun je op twee manieren naar het stadje Dingle rijden: via de laaggelegen weg of via de Conor Pass, een bergpas. De laaggelegen weg is gemakkelijker en veiliger. Op het hoogste punt van de Conor Pass is een parkeerplaats en heb je mooie uitzichten maar de erg smalle weg naar Dingle slingert zich rond een berg met aan de ene kant een rotswand en aan de andere kant een afgrond. Wanneer je tegenliggers tegenkomt moet je soms een eindje achteruitrijden om bij een plek uit te komen waar je elkaar kunt passeren. Niet aan te raden voor caravans, campers en zenuwachtige automobilisten. Dingle is een leuk stadje met veel eetgelegenheden, pubs en traditionele muziek. In de haven van Dingle zwemt een dolfijn genaamd Fungie rond die ook per boot te bezoeken is. Vanuit het stadje Dingle kun je ook drie uur durende boottochten rond de eilanden boeken waarbij je zeehonden, dolfijnen en wanneer je geluk hebt, walvissen kunt zien.

Op het schiereiland Dingle vind je zogenaamde beehive huts: prehistorische steengestapelde hutten. Borden langs de weg geven aan waar ze zijn. Om ze te zien moet je entree betalen.

Dunquin (Dún Chaoin) is de uiterste punt van het Dingle schiereiland waar zich  het Great Blasket Centre bevindt: een museum en informatiecentrum over de Blasket eilanden die tot in de jaren 50 van de twintigste eeuw bewoond waren. Dit is een zeker een bezoek waard wanneer je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de eilanden. De Great Blasket (het grootste eiland) is te bezoeken. Er hebben enkele bekende Ierse schrijvers gewoond.

De Slea Head drive is een mooie rit met schitterende uitzichten. Het is gebruikelijk dat je deze rit van 46 km in totaal vanuit Dingle met de klok mee rijdt omdat een deel van de route, rond de punt, weer over een erg smalle weg gaat maar wel door toeristenbussen (met de klok mee) wordt gereden. Die kom je liever niet als tegenligger tegen. Deze rit brengt je naar Dunquin en gaat dan rond de punt die Slea Head wordt genoemd. Er zijn verschillende plekken onderweg waar het de moeite waard is om even te stoppen voor het uitzicht.

Alhoewel een rondrit over een van de schiereilanden in een dag te doen is, loont het de moeite om een aantal dagen op een schiereiland door te brengen. Vooral Beara, Iveragh en Dingle hebben goede restaurants en pubs waar je goed kunt eten, en veel slaapgelegenheden. In de plaatsjes is vooral in de zomer vaak vertier in de vorm van traditionele muziek. Mocht de lucht ’s avonds redelijk wolkenvrij zijn, dan word je tijdens een wandeling getrakteerd op een schitterende sterrenhemel.

Klik op een foto voor de grotere versie.

 

 

Advertenties


Een reactie plaatsen

Reizen in Ierland: het zuiden.

Cork is het grootste graafschap in Ierland. Een gedeelte van het graafschap Cork wordt tot het zuidwesten gerekend, en er is verschil met het zuiden en het zuidwesten van dit graafschap. Het zuidwesten is vrij ruig terwijl het zuiden en het binnenland van Cork wat lieflijker is. Dan is er nog de stad Cork, een van de grotere steden van de republiek.

De stad Cork, de tweede stad van de republiek, vind ik zelf gezelliger dan Dublin. In de binnenstad vind je nauwe straatjes met leuke winkels en eetgelegenheden. De “English Market” is een overdekte markt die erg bekend is en een bezoek waard. Vanuit Cork kun je via een brug naar het stadje Cobh dat in de haven van Cork ligt en de laatste haven is waarvandaan de Titanic vertrok voor de ramp. De Cobh heritage centre is een museum dat het verhaal van de Ierse emigratie vertelt.

Cork City is een goede uitvalsbasis om het zuidoosten, het zuiden en het zuidwesten te verkennen. In zowel Cork als Cobh is veel te doen op het gebied van muziek en cultuur.

Wanneer je veel Amerikanen wilt tegenkomen moet je vooral naar Blarney Castle gaan. Het kasteel is beroemd vanwege de Blarney Stone, een steen die zich op behoorlijke hoogte in het kasteel bevindt en die je ruggelings gelegen, vastgehouden door een van de suppoosten moet kussen waardoor je welbespraakt wordt. Onzin natuurlijk en het verhaal wil dat ’s avonds plaatselijke jeugd stiekem de kasteelruïne binnendringt en tegen de steen aan watert. De tuinen rond het kasteel zijn de moeite waard en het is een pittoresk plekje. Je betaalt wel 18 Euro per persoon voor een bezoek aan de tuinen.

Kinsale is een kleurrijk, toeristisch plaatsje in het zuiden van het graafschap Cork en het zuidelijkste punt van The Wild Atlantic Way. De “Old Head of Kinsale” is een uitloper met mooie klippen. Het is slechts gedeeltelijk toegankelijk omdat het andere deel door een golfclub wordt beheerd. Kinsale heeft ook een oud fort, Charles Fort dat bezocht kan worden.

De zuidkust van Cork kent veel mooie baaien waar het goed toeven is zoals Crosshaven. Er zijn ook veel prehistorische overblijfselen in County Cork. Drombeg Stone Cirkel is er een van. Het ligt een aantal kilometers van het pittoreske dorp Rosscarbery verwijderd. Wie gek is op ezels kan in Liscannor terecht voor the donkey sanctuary.

Voor de kust van Cork liggen een aantal eilanden die de moeite waard zijn. Op Cape Clear is Iers nog de voertaal en naar dat eiland reizen jaarlijks groepen Ierse kinderen af om hun Iers bij te spijkeren in Summer Schools.

Op de westelijke schiereilanden die aan het graafschap Cork toebehoren kom ik in een blog over het zuidwesten terug.

Klik op de foto’s om een grotere versie te zien.