limerick-groninger

Een blog over Ierland.


Een reactie plaatsen

Autorijden in Ierland.

Vorige week reden Orla en ik tijdens een dagtocht op een eerder gereden smalle weg waar de uitzichten schitterend zijn en waar we netjes op een recht stuk parkeerden; flink aan de kant met voldoende ruimte voor het passeren van een andere auto.

Even later kwam er een hybride SUV Toyota uit 2019 aan, hoogstwaarschijnlijk een huurauto met daarin een man en vrouw van, ik schat, in de 60. De vrouw zat achter het stuur, stopte en gebaarde driftig dat wij moesten doorrijden. De manier waarop ze dit deed en het gezicht dat ze erbij trok maakten me pisnijdig. Het waren waarschijnlijk Amerikanen, niet gewend aan de Ierse weggetjes, maar er was voldoende ruimte en ik gaf dat met mijn handen aan. Voorzichtig reed ze verder maar stopte ineens vlak voor ze onze auto bereikte en ging in de achteruit om een meter terug weer te stoppen en demonstratief haar armen over elkaar te doen, mij hoofdschuddend van verbazing in een lachbui te doen geraken. Orla, die in de auto was blijven zitten, had het raampje van de auto open en riep “what’s wrong with those people?” Ik vroeg Orla om nog iets meer naar de kant te gaan en gebaarde toen met mijn handen dat er nog veel meer ruimte was en dat ze nu toch echt moesten doorrijden. Waarschijnlijk zag ze aan mijn gezicht dat ik het meende want ze ging er nu toch overdreven voorzichtig langs na mij nog een giftige blik te hebben toegeworpen. Wij reden een paar minuten later een eindje door tot een huis met aardig wat ruimte er naast waar we parkeerden zodat ik nog wat foto’s van het landschap uit een andere hoek kon nemen. De weg liep een kilometer verder dood bij een steengroeve en even later zagen we de SUV weer op de terugweg. De vrouw keek strak vooruit. Orla en ik barstten allebei in lachen uit, iets wat ze waarschijnlijk hoorden want de auto reed stil in elektrische stand.

We komen het vaker tegen: toeristen die in Dublin of Cork op het vliegveld een auto huren en naar de westkust van Ierland rijden want de “Wild Atlantic Way” wordt behoorlijk gepromoot. Erheen blijven ze op de grote wegen maar zodra ze zich op de wegen van de “Wild Atlantic Way” begeven slaat soms de paniek toe (vooral bij Amerikanen) want de wegen worden smaller dan gedacht. Officiële routes zoals “The Ring of Kerry” zijn al aan de smalle kant, waarbij je dan regelmatig grote touringcars tegenkomt waarvan ik me altijd afvraag wat ze in ’s hemelsnaam op zulke smalle wegen te zoeken hebben. Op het Beara schiereiland worden ze geweerd omdat de wegen daar net te smal zijn en ze waarschijnlijk ook geen zin hebben in de schade die dit soort gevaartes aan het wegdek toebrengen.

Op Dingle heb je de Conor Pass, de hoogste bergpas in Ierland met een lengte van 7.2 km. Daar mogen naast bussen en trucks ook geen campers en caravans op. Mensen die op het internet hun vakantie voorbrowsen, zien schitterende foto’s, genomen  van de uitzichtpunten in de bergpas. Men leest dan waarschijnlijk niet de informatie over het rijden door de Conor Pass want op de nauwe gedeeltes is de pas slechts een goede auto breed met haarspeldbochten en aan de ene kant een lage muur waarachter een afgrond en aan de andere kant een rotswand. Er zijn dan inhammen waar je andere auto’s kunt laten passeren. Ik heb twee keer op de pas vastgezeten omdat er weer eens iemand verstijfde achter het stuur vanwege een tegenligger en niet verder of achteruit durfde. Tegenwoordig mijd ik de Conor Pass tijdens het hoogseizoen. Op Dingle heb je ook de Slea Head drive een smalle, bochtige weg over de klippen langs de oceaan met aan de ene kant een klippenafgrond en aan de andere kant de rotswand. Deze weg wordt wel door tourbussen gereden en er wordt geadviseerd om deze route slechts vanuit een richting, kloksgewijs te rijden (doen de bussen ook). Toch kom je altijd mensen tegen die vanuit de andere richting rijden en tegenliggers zijn dus geen uitzondering. Ook deze weg mijden wij normaalgesproken gedurende de zomer.

Wij zijn altijd erg voorzichtig wanneer we toeristenauto’s tegenkomen want ik heb al een paar keer gezien dat ze ondanks de sticker op het stuur van links rijden bij een uitwijkingsmanoeuvre instinctief naar rechts uitwijken. Dat dit soort paniekreacties voornamelijk blikschade veroorzaken mag een wonder heten. De reisgidsen die ik heb ingekeken waarschuwen niet voor de kleine weggetjes. Men wordt enthousiast gemaakt door de beschrijvingen van het moois dat wordt voorgeschoteld, maar dat men soms over een veredeld fietspad moet rijden om er te komen wordt er niet bijverteld. Daarbij komt dat wanneer men van GPS gebruik maakt, deze nog wel eens de kortste routes wil kiezen waarbij de kleinste wegen niet gemeden worden. Wij maken dit regelmatig mee wanneer we op roadtrips onze Garmin de weg laten kiezen. Wij vinden het dan grappig wanneer we weer eens over een weggetje rijden met een strook gras in het midden en net ruimte voor onze auto en blikken of blozen niet wanneer we een tractor tegenkomen. Toeristen die er niet aan zijn gewend kunnen het vaak wat minder waarderen.

Een goede vuistregel voor nerveuzere automobilisten is om alleen op M wegen (autosnelwegen), N wegen (nationale primaire en secundaire wegen) en R wegen (regionale wegen) te rijden en zich niet op L wegen (lokale wegen) te begeven indien het niet strikt noodzakelijk is. M wegen hebben blauwe routeborden, N wegen groene borden en R wegen witte borden. L wegen zijn lokale wegen die erg smal kunnen zijn, soms vol met gaten en met een strookje gras in het midden. Tegenwoordig zie je het nummer van veel L wegen ook langs de weg aangegeven. R wegen zijn soms ook al aan de smalle kant en zelfs secudaire N wegen verschillen in kwaliteit en breedte. In Connemara, in het graafschap Galway, is het wegdek op de N59 op sommige plekken erg slecht en lopen er soms schapen op de weg. Wanneer de GPS voorstelt om vanaf een R of N weg een L weg te nemen dan is dit meestal een weg die gemeden kan worden, tenzij de bezienswaardigheid zich ergens in de Ierse rimboe bevindt. Wanneer men ’s avonds rijden wil: wees gewaarschuwd dat er zelfs langs snelwegen geen verlichting is. Alleen op gevaarlijkere op – en afritten zijn lantarenpalen geplaatst. Langs kleinere wegen is natuurlijk al helemaal geen verlichting en ontbreekt soms ook goede wegmarkering. Vooraf plannen met behulp van internet is wel zo handig. Voor mensen die er lol in hebben en niet snel in paniek raken, kan ik de L wegen wel aanraden. Gewoon voorzichtig rijden en goed uitkijken. Je wordt dan af en toe beloond met de meest onverwachte uitzichten, kasteelruïnes of ander moois terwijl je bijna geen mens tegenkomt.

smalle wegen

Onze auto op een L weg met grasstroken in het midden.

Castle Otway

Een kasteelruïne, alleen bereikbaar via een aantal smalle weggetjes.

Advertenties


1 reactie

Reizen in Ierland: het zuidwesten.

Het zuidwesten van Ierland beslaat voornamelijk de schiereilanden van West-Cork en het graafschap Kerry en maakt deel uit van de Wild Atlantic Way, een door de toeristenindustrie gepromote route die bij Kinsale (zie Reizen in Ierland: het zuiden) in het zuiden begint en het hele westen en noordwesten van Ierland bestrijkt. Meer naar het binnenland ligt het stadje Killarney dat bekend is vanwege het National Park met een merengebied en de Macgillycuddy bergketen met de hoogste bergpieken van Ierland:  Carrauntoohil 1,0038 meter hoog, Beenkeragh 1,010 meter, Caher 1,001 meter, Cnoc na Péiste 988 meter. Ladies view is een zeer bekend uitkijkpunt over de meren en de Gap of Dunloe is een mooie bergkloof die je wandelend, fietsend per paard of  in een paardenkoets kunt verkennen. Van de schiereilanden (peninsulas) zijn Mizen Head, The Beara Peninsula, The ring of Kerry en Dingle allemaal de moeite waard.

Mizen Head heeft een uitgezet wandelpad met een loopbrug naar een rots met een oude sein – en weerpost die te bezoeken is. Het klippenpanorama is adembenemend.

Wanneer je het echt rustig wilt hebben dan kun je het Sheep’s Head schiereiland bezoeken. Het ligt tussen Mizen Head en Beara in en is het minst toeristisch. Een gedeelte is met de auto of op de fiets toegankelijk maar er zijn ook een aantal wandelroutes uitgezet met mooie uitzichten over de baaien en met klippenpanorama’s.

Het Beara schiereiland is minder toeristisch dan de Ring of Kerry en heeft een geheel eigen charme. Op de punt van Beara vind je de enige Ierse kabelbaan naar Dursey Island. Op Beara kun je bij het plaatsje Allihies nog oude kopermijnen zien. Eyries is ook een leuk, kleurrijk plaatsje. Beara heeft een mooie bergpas, de Healy Pass, die goed te berijden is alhoewel de weg erg smal is. Een gedeelte van het schiereiland ligt in County Cork en het andere gedeelte in County Kerry. http://www.bearatourism.com/index.html

De Ring of Kerry rond het Iveragh schiereiland is erg geliefd bij toeristen vanwege de mooie uitzichten. De meeste toeristen rijden de geijkte route maar wanneer je met de auto, motor of fiets reist, (wandelen kan natuurlijk ook) kun je er ook voor kiezen om de binnenwegen van het Iveragh schiereiland te verkennen en bijvoorbeeld vanaf Killarney binnendoor steken. Je rijdt dan door een mooi berggebied en komt ook een aantal meren tegen. In de zomer kun je met een veerpont naar Valentia Island maar je kunt ook het hele jaar door vanaf Portmagee de brug nemen. Op Valentia vind je pootafdrukken van een dinosaurus. Vanaf Portmagee kun je via een bergpas of een weg door het veen naar de Skellig Ring toe. Deze kustweg dankt de naam aan schitterende uitzichten op de Skellig eilanden, bekend uit de meer recente Star Wars films. Op het Iveragh schiereiland bevindt zich ook een zogenaamd Dark Sky Reserve. In deze gebieden is de verlichting zodanig aangepast dat er ’s nachts geen lichtvervuiling is en je ’s nachts bij heldere hemel op een schitterende sterrenhemel wordt getrakteerd.

Dingle is de naam voor een schiereiland en een stadje op dat schiereiland. Het schiereiland Dingle is een zogenaamde Gaeltacht, een gebied waar Iers nog de voertaal is en de wegbewijzering ook alleen in het Iers is, hetgeen bij toeristen soms tot verwarring kan leiden. Dingle heeft de hoogste berg buiten de Macgillycuddy’s keten en dat is Mount Brandon die 952 meter hoog is. Wanneer je het Dingle schiereiland oprijdt kun je op twee manieren naar het stadje Dingle rijden: via de laaggelegen weg of via de Conor Pass, een bergpas. De laaggelegen weg is gemakkelijker en veiliger. Op het hoogste punt van de Conor Pass is een parkeerplaats en heb je mooie uitzichten maar de erg smalle weg naar Dingle slingert zich rond een berg met aan de ene kant een rotswand en aan de andere kant een afgrond. Wanneer je tegenliggers tegenkomt moet je soms een eindje achteruitrijden om bij een plek uit te komen waar je elkaar kunt passeren. Niet aan te raden voor caravans, campers en zenuwachtige automobilisten. Dingle is een leuk stadje met veel eetgelegenheden, pubs en traditionele muziek. In de haven van Dingle zwemt een dolfijn genaamd Fungie rond die ook per boot te bezoeken is. Vanuit het stadje Dingle kun je ook drie uur durende boottochten rond de eilanden boeken waarbij je zeehonden, dolfijnen en wanneer je geluk hebt, walvissen kunt zien.

Op het schiereiland Dingle vind je zogenaamde beehive huts: prehistorische steengestapelde hutten. Borden langs de weg geven aan waar ze zijn. Om ze te zien moet je entree betalen.

Dunquin (Dún Chaoin) is de uiterste punt van het Dingle schiereiland waar zich  het Great Blasket Centre bevindt: een museum en informatiecentrum over de Blasket eilanden die tot in de jaren 50 van de twintigste eeuw bewoond waren. Dit is een zeker een bezoek waard wanneer je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de eilanden. De Great Blasket (het grootste eiland) is te bezoeken. Er hebben enkele bekende Ierse schrijvers gewoond.

De Slea Head drive is een mooie rit met schitterende uitzichten. Het is gebruikelijk dat je deze rit van 46 km in totaal vanuit Dingle met de klok mee rijdt omdat een deel van de route, rond de punt, weer over een erg smalle weg gaat maar wel door toeristenbussen (met de klok mee) wordt gereden. Die kom je liever niet als tegenligger tegen. Deze rit brengt je naar Dunquin en gaat dan rond de punt die Slea Head wordt genoemd. Er zijn verschillende plekken onderweg waar het de moeite waard is om even te stoppen voor het uitzicht.

Alhoewel een rondrit over een van de schiereilanden in een dag te doen is, loont het de moeite om een aantal dagen op een schiereiland door te brengen. Vooral Beara, Iveragh en Dingle hebben goede restaurants en pubs waar je goed kunt eten, en veel slaapgelegenheden. In de plaatsjes is vooral in de zomer vaak vertier in de vorm van traditionele muziek. Mocht de lucht ’s avonds redelijk wolkenvrij zijn, dan word je tijdens een wandeling getrakteerd op een schitterende sterrenhemel.

Klik op een foto voor de grotere versie.

 

 


Een reactie plaatsen

Reizen in Ierland: verblijf.

Ierland heeft een Atlantisch klimaat en zelfs in de zomer kan het vrij koel en regenachtig zijn. Daardoor is kamperen in een tent bij veel bezoekers niet favoriet. Natuurlijk heeft Ierland wel campings. Aan de kust zie je veel stacaravanparken en in toeristische gebieden zul je ook vakantiebungalows tegenkomen. Degenen die meer vrijheid ambiëren kunnen een camper huren bij bijvoorbeeld: bunkcampers (Dublin en Belfast), campervan.ie (Limerick) of mcrent.ie (Limerick). Meestal kan geregeld worden dat de campervan bij de luchthaven wordt afgeleverd.

Vooral onder jongeren zijn hostels populair. Een andere, populaire manier van overnachten is de bed-and-breakfast. Die vindt je door het hele land bij mensen thuis maar ook boven pubs en restaurants. Daarnaast heb je natuurlijk de hotels in verschillende prijsklasses.

Voor hostels kun je hostels-ireland gebruiken en voor campings, hostels, budgethotels, bed-and-breakfasts, en appartementen de site hostelworld.com.

Voor hotels zijn er veel meer sites en kun je bijvoorbeeld Trivago.ie gebruiken of hotelsireland.com

Daarnaast zijn er een aantal organisaties voor Ierse bed-and-breakfasts zoals ireland-bnb en het door het Iers toeristenbureau goedgekeurde bandbireland

Tegenwoordig heb je ook in Ierland het verschijnsel AirBnB.

In het hoogseizoen en vooral wanneer je ergens een festival wilt bezoeken, is het verstandig om van te voren te boeken. Mijn ervaring met Bed-and-Breakfast’s gaat jaren terug en ik waagde het er altijd op en zocht gewoon een overnachtingsplek vlak voordat ik naar een plaats reisde, vanuit Ierland. Je kunt bijvoorbeeld in een Iers toeristenbureau een gids oppikken met b-and-b’s en zelf bellen of in het toeristenbureau een volgende boeking doen. Voor mensen die van te voren al precies weten waar ze heenreizen, kan het handiger zijn om al vanuit het thuisland te boeken. Je kunt bijvoorbeeld ook een of meer centrale plekken uitkiezen van waaruit je dagtochten onderneemt met de overnachtingsplaats als uitvalbasis.